WervelColumn: Ken de richtlijnen !
Wanneer ik het woord richtlijn hoor, krijg ik altijd een beetje de kriebels. Waarschijnlijk komt dat doordat ik het verwar met het woord rechtlijnig. Iets stars waar je niet van af mag wijken. Het afgelopen jaar heb ik mij, voor de NVBF, met twee onderwerpen bezig gehouden. De ontwikkeling van de Ketenzorgrichtlijn Lage Rugklachten en het ontwikkelen van een aanvraag voor wetenschappelijk onderzoek. Op het eerste gezicht lijken deze onderwerpen weinig met elkaar te maken te hebben. Het tegendeel is waar. Een richtlijn komt namelijk tot stand door alle literatuur omtrent het onderwerp te toetsen en samen te vatten. Alle behandelmethodes waar geen overtuigend wetenschappelijk bewijs voor is, worden niet als aanbeveling in de richtlijn opgenomen. Op zich is dat logisch. Het is alleen zo moeilijk, zo niet onmogelijk, om alles wetenschappelijk te onderbouwen. Dat heb ik bij het ontwikkelen van het onderzoeksvoorstel voor het Wetenschappelijk College Fysiotherapie ondervonden. Neem nou de adviezen die een bedrijfsfysiotherapeut geeft bij de re-integratie van een medewerker met rugklachten. De effectiviteit van zo een interventie kun je alleen onderbouwen door deze te toetsen aan een controlegroep. Dat is in de praktijk erg lastig. Stel dat je bijvoorbeeld binnen een bedrijf twee medewerkers hebt met ernstige rugklachten. Bij de ene medewerker voer je een werkplekonderzoek uit en stel je met de leidinggevende een plan van aanpak op om het werk en de werkplek aan te passen. De andere medewerker met rugklachten vertel je dat je niets doet, omdat je wil weten hoe snel hij herstelt wanneer hij het zelf maar uitzoekt. Daarnaast moet je deze laatste medewerker ook nog zien te motiveren om aan jou te rapporteren hoe het met hem is gegaan. Je kunt je voorstellen dat deze medewerker hier niet aan wil meewerken waardoor je geen controlegroep meer hebt. Veel onderzoek is, door dit soort praktische redenen, nog niet uitgevoerd of er zijn tijdens het onderzoek zoveel afvallers dat het bewijs voor de effectiviteit flinterdun is geworden. De wetenschappelijke toetsing wordt daardoor niet gehaald. Zo is dit ook gegaan bij het onderzoek naar de effectiviteit van werkplekinterventies bij medewerkers die verzuimen met rugklachten. Wanneer je de Ketenzorgrichtlijn Lage Rugklachten letterlijk gaat toepassen dan heeft het geen zin om een werkplekonderzoek uit te voeren bij deze groep medewerkers. In de praktijk zie ik echter dat medewerkers na onze interventie snel aan het werk gaan en over het algemeen ook snel herstellen van de klachten.
De andere kant van de medaille is dat een richtlijn alle wetenschappelijk bewezen interventies samenvat. Je weet daardoor zeker wat wel helpt. Ook is het interessant om te weten wat de richtlijn voorschrijft voor andere disciplines. Je begrijpt daardoor wat de argumenten zijn voor een bedrijfsarts om een medewerker wel of niet door te sturen naar een therapeut. Verder moet je weten dat een richtlijn zeer beperkt houdbaar is. Wanneer morgen wetenschappelijk wordt bewezen dat een nieuwe therapievorm effectief is, dan moet de richtlijn worden herzien.Een richtlijn is dus niet rechtlijnig maar geeft wel de juiste richting aan voor dit moment. Wanneer je goede argumenten hebt, kun je hier van afwijken.
Om bewust van richtlijnen af te wijken moet deze richtlijnen wel kennen. Kortom professionals: ken de richtlijnen !
Leon Gardien
Bestuurslid NVBF
Directeur Gardien bedrijfsfysiotherapie